Wat is lawaaidoofheid?

Lawaaidoofheid is een aandoening van de zintuighaartjes in het slakkenhuis in het oor. Bij sterke geluiden trilt het trommelvlies sterk. Via de middenoorbeentjes wordt in de vloeistof in het slakkenhuis ook een sterke trilling opgewekt. De zintuighaartjes worden door de trillingen tegen het dekmembraan gewreven en daarbij sterk vervormd. De vervorming kan zo groot zijn dat de zintuighaartjes het begeven. Het gehoor is dan beschadigd. Lawaaidoofheid begint bij de hogere frequenties - de hoge tonen, in het gebied rond 4000 hertz. Bij lawaaidoofheid is het gehoorverlies bij beide oren meestal gelijk. De schade aan de zintuighaartjes is niet te herstellen. Men kan er niet van genezen.

In de meeste gevallen ontstaat lawaaidoofheid sluipend. Vaak heeft iemand zelf niet door dat hij doof wordt. Iemand kan er bijvoorbeeld pas achterkomen dat hij doof wordt als zijn partner gaat klagen dat de tv altijd zo hard staat. 

Bij lawaaidoofheid heeft men onder andere de volgende klachten: 

  • moeite hebben met het volgen van gesprekken in een lawaaiige omgeving (bijvoorbeeld tijdens een feestje)
  • langzamer reageren op geluiden uit de omgeving 

Ook hebben mensen soms last van tinnitus: mensen horen dan geluiden die er niet zijn; suizen, fluittonen, geruis, et cetera. Tinnitus kan veroorzaakt worden door lawaaidoofheid, maar het kan ook andere oorzaken hebben. Het kan behalve door langdurige blootstelling aan lawaai ook veroorzaakt worden door blootstelling aan een plotselinge en extreme hoeveelheid geluid, waardoor het trommelvlies of binnenoor in één keer beschadigd wordt.

Oorzaken en risico's

Lawaaidoofheid ontstaat wanneer mensen langdurig bloot staan aan lawaai van meer dan 80 decibel. 

Factoren die van invloed zijn op het ontstaan van lawaaidoofheid:

  • de sterkte van het geluid (het geluidsniveau) 
  • de duur van de blootstelling 
  • de individuele gevoeligheid voor gehoorbeschadiging

Alle bronnen van lawaai zijn risicofactoren voor lawaaidoofheid. Wanneer het geluid waaraan iemand blootstaat boven 80 dB(A) ligt, (oftewel decibel A) kan er gehoorschade ontstaan. Deze grens van 80 dB(A) geldt voor een dagelijkse blootstelling van acht uur. Boven 80 dB(A) neemt de kans op gehoorschade snel toe. Bij elke stijging met 3 dB(A) halveert de blootstellingsduur waarbij men nog geen gevaar loopt. Bij blootstelling aan 83 dB(A) is de veilige blootstellingsduur dus vier uur. Mensen die veel met machines werken, bijvoorbeeld metaalbewerkers of bouwvakkers, lopen het risico om bloot gesteld te worden aan geluiden boven 80 dB(A).

Wat zijn de verplichtingen van de werkgever?

In het Arbobesluit is over geluid is het volgende opgenomen: 

  • In de Risicoinventarisatie en -evaluatie (RI&E) moet het geluidsniveau op de werkplek bepaald en beoordeeld worden, zodat vastgesteld kan worden of de werknemers aan schadelijk geluid worden blootgesteld. 
  • Alle machines, apparaten en dergelijke moeten zo gemaakt, opgesteld, ingericht en onderhouden worden dat het geluidsniveau van 85 dB(A) niet overschreden wordt, tenzij dat niet anders kan. 
  • Wanneer werknemers aan geluidsniveaus van meer dan 80 dB(A) blootgesteld worden, moeten voldoende persoonlijke beschermingsmiddelen beschikbaar worden gesteld die het geluid dempen tot 80 dB(A) of minder. 
  • Wanneer het geluidsniveau sterk wisselt bij het uitvoeren van de taken, mag het gemiddelde geluidsniveau, berekend over een periode van een week, 85 dB(A) niet overschrijden. 
  • Werknemers die worden blootgesteld aan een geluidsniveau van 80 dB(A) krijgen de mogelijkheid een gehoortest (een zogenaamd audiometrisch onderzoek) te ondergaan. 
  • Wanneer tijdens het werk het geluidsniveau van 80 dB(A) wordt overschreden, moet gehoorsbescherming gebruikt worden en voorlichting gegeven worden over: 
    * de mogelijke gevaren voor het gehoor 
    * de regelgeving voor geluid en de te nemen maatregelen
    * wanneer persoonlijke beschermingsmiddelen ter beschikking worden gesteld en hoe deze gebruikt moeten worden
    * het audiometrisch onderzoek.
     

Aanmelden bij Bureau Beroepsziekten FNV

Wanneer u lawaaidoof bent en u zich wilt aanmelden bij Bureau Beroepsziekten FNV, moet u aan een aantal algemene voorwaarden voldoen. U moet lid zijn van FNV Bouw, FNV Bondgenoten, FNV Kiem of ABVAKABO FNV.
Verder is noodzakelijk:

  • dat u een audiogram, oftewel de uitslag van een gehoortest, heeft met een diagnose van een KNO-arts of een audiologisch centrum (bij een audiologisch centrum wordt onder andere onderzoek gedaan naar gehoorproblemen; de huisarts of de KNO-arts kan u naar zo'n centrum verwijzen) 
  • dat de blootstelling aan lawaai op het werk kan worden aangetoond. Hierbij moet u bijvoorbeeld denken aan geluidsmetingen die op de werkplek gedaan zijn. 

In tegenstelling tot mensen met andere beroepsziekten, komen weinig mensen met lawaaidoofheid in de WIA terecht. Velen kunnen hun werkzaamheden nog doen en hebben daardoor geen inkomensschade. Voor lawaaidoofheid geldt dan ook dat er vaak alleen smartengeld geclaimd kan worden. Dit is alleen mogelijk wanneer de diagnose minder dan vijf jaar geleden is gesteld.
 
U vindt hier het aanmeldformulier

BBZ-cliënten met lawaaidoofheid

Bureau Beroepsziekten FNV heeft ongeveer 25 zaken in behandeling en er zijn meerdere zaken geregeld. 

Bouwvakker
Een 49-jarige man die in de bouw werkte, kreeg op een gegeven moment last van zijn gehoor. Uit jaarlijkse gehoortests bleek dat zijn gehoor al jarenlang aan het verslechteren was. 
De werkgever had de werknemer voorlichting moeten geven over de risico's van lawaaidoofheid en hem gehoorbescherming moeten geven. Maar hoewel de man blootstond aan lawaai, hoefde hij van zijn werkgever nooit gehoorbescherming te dragen. 
Bureau Beroepsziekten FNV heeft via een minnelijke regeling smartengeld kunnen regelen. De man heeft ondertussen een baan bij een ander bedrijf. 

Onderhoudsmonteur
Een onderhoudsmonteur werkte meer dan twintig jaar bij een bedrijf dat gespecialiseerd is in het wegpompen van grondwater voor bouwwerkzaamheden.
De monteur en zijn collega's vroegen hun werkgever jarenlang om geluiddempende dieselmotoren, maar de werkgever vond dat te duur. De werknemers kregen ook geen goede oordopjes. De werkgever stelde dus geen goede beschermingsmiddelen ter beschikking. De werkgever deed ook niet al het mogelijke om de machine zo te onderhouden dat het geluidsniveau de wettelijke grenzen niet zou overschrijden.
De monteur kreeg steeds meer gehoorproblemen. De werkgever zei dat dat door zijn leeftijd kwam, maar na onderzoek bleek het te gaan om lawaaidoofheid door het werk. De werkgever werd aansprakelijk gesteld en na ruim twee jaar was hij bereid tot een schikking. 
Tegenwoordig doet de voormalig onderhoudsmonteur kantoorwerk.
 

Links

Nederlandse vereniging voor slechthorenden

Afdeling audiologie, VU Medisch Centrum
Op deze site vindt u onder meer uitleg over een gehoortest via de telefoon

Federatie van Nederlandse audiologische centra