20-8-2009
Laks UWV moet 3 ton schadevergoeding betalen voor uit hand gelopen burn-out
De betrokken werknemer – lid van FNV Bondgenoten - functioneerde 14 jaar lang uitstekend in een administratieve functie bij een tuinbouwbedrijf. Toen hij als leidinggevende vanaf 1997 betrokken raakte bij een fusie, zette hij zich in om dit goed te laten verlopen. Het fusieproces verliep echter rommelig. De man viel eind 1998 uit met burn-out-klachten, maar bleef gemotiveerd voor terugkeer in zijn oude baan.
Hij werd direct opgeroepen door een arts van het UWV (toen nog GUO) die hem doorverwees naar een arbeidsdeskundige. Daar kon hij pas in april 1999 terecht. De arbeidsdeskundige beloofde hem echter nog dezelfde dag contact op te zullen nemen met zijn werkgever om de terugkeer naar zijn werk te bespreken. Hij kwam die belofte echter niet na. In augustus informeerde betrokkene bij het UWV hoe het met zijn zaak stond. Daarop kreeg hij te horen dat men ermee bezig was. Toen hij echter in oktober nog niks had vernomen – hij was inmiddels langer dan een jaar uit de roulatie – schreef hij opnieuw het UWV aan. De reactie was wederom dat men aan zijn zaak werkte. Uiteindelijk kreeg hij in februari 2000 – meer dan een jaar na het eerste contact met het UWV – een beschikking van het UWV over zijn arbeidsmogelijkheden. Die kwam erop neer dat de arbeidsdeskundige concludeerde dat betrokkene niet meer in staat was zijn eigen functie uit te oefenen, en dat hij dus op zoek moest naar ander werk
De werknemer legde zijn zaak voor aan de Raad van Toezicht Arbeidsdeskundigen, die hem in het gelijk stelde: de arbeidsdeskundige had inadequaat gehandeld en was tot verkeerde conclusies gekomen. Door de lange periode van onzekerheid en de uiteindelijk bizarre beslissing, verergerden zijn klachten van burn-out: vermoeidheid, hoofdpijn, depressie. In 2002 stelde Bureau Beroepsziekten FNV namens de werknemer het UWV aansprakelijk, waarna het in 2007 tot een rechtszaak kwam. Tijdens de rechtzitting kwamen betrokkenen uiteindelijk tot de schikking van drie ton.
Marian Schaapman: “Hoe vaak dit voorkomt weten we niet, maar het zou me niet verbazen als dit het topje van een ijsberg is.”
Op verzoek van de cliënt maakt de FNV diens naam niet bekend.

